Het Jachtluipaard

Naam

Jachtluipaard of cheetah

Soort

Acinonyx jubatus

Ondersoort

Familie

Felidae

Orde

Carnivora

Woongebied

Afrika, Zuid-Azië, Midden oosten

Dracht

90 - 95 dagen

Jongen

2 - 4 max. 5

Maximum leeftijd

12 jaar

Maximum gewicht

30 -60 kg

Status

Bedreigd

Andere

Het Park was het eerste in Nederland dat tot jongen kwam. Dankzij nieuwe inzichten in de huisvesting zijn er dit jaar (1998) opnieuw jongen in het park geboren

 

In het verleden werd de jachtluipaard, o.a. door de Indische Mongoolse keizer Aklar, gebruikt bij de jacht op gazellen. Deze manier van jagen was voorbehouden aan edelen. De jachtluipaard heeft een aanhankelijk en weinig agressief karakter, wat nog niet wegneemt dat het dier zou geschikt zijn als huisdier. De jachtluipaard kan moeilijk buiten de uitgestrektheid van de Afrikaanse savanne, die hij onder meer nodig heeft in verband met zijn morfologie. De vervuilde lucht rond de menselijke agglomeraties is slecht voor zijn organisme en veroorzaakt dikwijls longziekten.

 De cheetah, zoals de jachtluipaard, ook wel genoemd word, was vroeger weid verspreid over India, over grote delen van het nabije Oosten en over bijna geheel Afrika. Heden ten dage wordt hij vrijwel nog uitsluitend in Afrika teruggevonden en is in de ander delen van de wereld waarschijnlijk volledig uitgestorven. De jachtluipaard leeft bij voorkeur in op terrein, één van de redenen dat hij in Azië is verdwenen. Bij het voortschrijden van de landbouw werd zijn natuurlijk milieu bedreigd en tevens liep het aantal van zijn prooidieren ook sterk terug of verdwenen volledig.

 Gewoonlijk leven cheetah's solitair, maar soms ook in paren, er zijn zelfs groepen waargenomen die tot 12 dieren sterk waren. Dergelijke groepen bestaan uit mannelijke en vrouwelijke dieren of alleen uit mannelijke dieren, nooit alleen uit vrouwelijke exemplaren.

De twee opvallende zwarte lijnen die vanaf de binnenste ooghoek tot aan de mondhoek lopen geven de jachtluipaard een opvallend en in onze ogen aantrekkelijk uiterlijk, dat hem duidelijk onderscheidt van zijn naaste familie, de luipaard.

 Onder de katachtigen is de cheetah de enige grote kat die zijn nagels maar gedeeltelijk kan intrekken. Die zijn daarom dan ook niet zo scherp als bij de andere katachtigen. Zij leven bij voorkeur in een open landschap, waar hun legendarische snelheid hen in staat stelt een prooi door achtervolging te bemachtigen.

 Van alle op het land levende zoogdieren is er geen één zo snel als de jachtluipaard, de absolute kampioen op korte afstand. Met zijn diepe borstkas, zijn slanke taille en zijn lange, stevige in stompe nagels eindigende poten doet de jachtluipaard aan een gevlekte hazewindhond denken. De echte snelheid van de cheetah in topsnelheid is bijna onmogelijk in te schatten. Men schat dat de topsnelheid, die hij slechts over een korte afstand kan aanhouden, meer dan 110 km/u kan bedragen en zijn acceleratievermogen ongeveer 70 km/u in 2 seconden bedraagt. Door de wijze waarop zijn ruggestreng is gevormd, heeft de jachtluipaard het vermogen zich als een boog te spannen en zich vervolgens volkomen te strekken waardoor zijn galopsprongen worden verlengd en zijn snelheid wordt opgevoerd.

 Omdat het gezichtsvermogen 's nachts niet zo groot is als dat van de andere katachtigen jaagt hij meestal in de schemer of in de vroege morgen. Hij velt meestal dieren die van de groep zijn afgedwaald of oudere minder sterke hoefdieren. In zijn jachtgebied voert hij een doorlopende strijd met de leeuwen die zijn prooi proberen te bemachtigen.

 Als de jachtluipaard alleen jaagt is de grantgazelle dikwijls de prooi. Minder veelvuldig wordt er op de gnoe of zebra gejaagd, indien dit toch gebeurt, gebeurt dit meestal in groep. Deze groepen bestaan meestal uit 3 - 4 volwassen dieren. Dergelijke jachtteams bestaan meestal uitsluitend uit mannetjes, die na een geslaagde jacht de prooi eerlijk verdelen.

 De jachtluipaard gaat zijn prooi niet besluipen zoals de leeuw, maar jaagt zijn prooi op zoals de hyenahonden dit doen. Voor hij aanvalt loopt eerst enkele malen rond alsof hij zijn prooi lijkt te peilen, als hij een afgedwaald dier in het oog heeft, schiet hij als een pijl uit een boog op het dier af. Kan hij het dier echter niet binnen enkele meters te pakken krijgen stopt hij de aanval en verliest hij alle aandacht voor zijn prooi. Men heeft zelfs waargenomen dat als een prooi weigert zich in paniek te laten brengen door de aanval van de jachtluipaard dat hij alle interesseren laat vallen voor dit dier en de aanval afremt. Als hij eenmaal een dier heeft kunnen inhalen dan werpt hij deze door een slag van de voorpoot op de grond en bijt hij het dier in de nek waardoor zijn luchtweg wordt afgesneden. Als het dier eenmaal gestikt is, sleept hij het dier naar een rustiger gelegen gebied, waar het wijfje uitrust terwijl haar jongen reeds aan het eten zijn.

 De uren van rust zijn voor de jachtluipaard ook de uren waarin het dier zijn omgeving bespiedt van op een termietenheuvel, meestal vergezeld van haar jongen ofwel markeert de jachtluipaard zijn territorium tijdens deze uren. Termietenhopen en boomstronken worden besnuffeld en eventueel met urine gemarkeerd. Ook bewerkt de cheetah zijn grenspunten met zijn klauwen waardoor hij zichtbare en geurende merktekens aanbrengt. Deze merktekens houden de andere jachtluipaarden op de hoogte van zijn of haar aanwezigheid. Elk dier bezoekt systematisch de strategische punten die het op zijn weg tegenkomt om de identiteit van de eigenaar van het gebied vast te stellen. Hiermee voorkomt het dat hij wordt verrast door een eventuele tegenstander.

 De jachtluipaard houdt van vechten en confrontaties tussen jonge mannetjes komen dan ook veel voor. Deze hebben verschillende oorzaken: een groep kan het territorium van rivalen binnendringen, maar het kan ook zijn dat verscheidene niet dominante mannetjes door hetzelfde vrouwtje worden aangelokt. In het eerste geval verdedigen de aangevallen dieren zich tegen de indringers. In het tweede wordt er individueel strijd geleverd.

 De jachtluipaarden gebruiken de achterklauw van hun voorpoten en het erbij horende zoolkussentje - een verhard uitsteekseltje dat zeer hard is - om hun tegenstanders te slaan. De huid kan erdoor worden opengescheurd en de ogen ermee verwond. De dieren bijten elkaar soms zelfs dood.

 Na een dracht van 3 maanden werpt de moeder 2 à 8 jongen, die reeds van bij de geboorte het gevlekte patroon hebben. Bij de jongen cheetah is de omvang van de blauwgrijze manen waarmee hij wordt geboren duidelijk te zien. Naarmate ze ouder worden verliezen de welpen de donkere kleur van het onderste deel van hun lichaam en krijgen ze de rijkere kleur die typisch is voor de soort; ook de dichte manen verdwijnen. Naarmate krijgen ze ook de zwarte strepen "traanstrepen" waardoor ze nu al meer op hun moeder gaan lijken.

 

De periode voor het grootbrengen van de welpen is voor de moeder ongetwijfeld een zware strijd. Terwijl ze aan de ene kant voor meer voedsel moet zorgen om haar welpen voldoende te kunnen voeden, heeft ze aan de ander kant minder bewegingsvrijheid. Ze speelt graag met haar jongen die ze dikwijls likt. In het begin verlaat ze hen nooit en vervoert ze de jongen eventueel in de bek als ze niet kunnen volgen. Al deze zorgen zijn onontbeerlijk want nauwelijks één op drie jachtluipaarden worden volwassen.

 

Net als poezejongen liggen de welpen naast elkaar bij het drinken. Met voorpootjes moeten ze op de melkklier van de moeder duwen om de melkklier te stimuleren. Tijdens het zogen blijft de moeder waakzaam en luistert ze aandachtig om elke vijand te bespeuren die ze niet kan zien komen. De veiligheid en de toekomst van het hele gezin zin op die momenten afhankelijk van de waakzaamheid van haar oplettendheid.